Goede re-integratie vraagt om meer dan het volgen van de regels


Foto bij Goede re-integratie vraagt om meer dan het volgen van de regels

De bedrijfsarts adviseert, werkgever en werknemer handelen daarnaar en toch kan twee jaar later blijken dat UWV anders tegen de belastbaarheid van de werknemer aankijkt. Tegelijkertijd zien we in de praktijk dat re-integratietrajecten niet alleen vastlopen op de inhoud van een advies, maar ook doordat betrokken professionals onvoldoende vanuit een gezamenlijk perspectief werken. Recente ontwikkelingen rondom re-integratie lijken voor beide aspecten meer aandacht te hebben.

Wie te maken heeft met langdurig verzuim weet dat de Wet verbetering poortwachter een behoorlijk duidelijk kader geeft. Werkgever en werknemer hebben gedurende twee jaar verplichtingen en worden daarbij geadviseerd en begeleid door verschillende professionals.

Toch betekent het correct volgen van alle stappen niet automatisch dat een re-integratietraject ook goed verloopt.

In de praktijk zien we regelmatig dat de leidinggevende de verzuimgesprekken voert, HR het proces bewaakt, de arbodienst haar rol vervult, de bedrijfsarts adviseert en waar nodig een arbeidsdeskundige wordt ingeschakeld. Iedereen doet wat van hem of haar wordt verwacht.
En toch kan de re-integratie vastlopen.

Vertrouwen op het advies van de bedrijfsarts
Een knelpunt dat ik de afgelopen periode in meerdere dossiers tegenkwam, is een verschil van inzicht tussen de bedrijfsarts en de verzekeringsarts van UWV.

Werkgever en werknemer hebben gedurende het re-integratietraject gehandeld op basis van de belastbaarheid zoals die door de bedrijfsarts is vastgesteld. Bij de beoordeling na twee jaar komt de verzekeringsarts van UWV vervolgens tot een ander medisch oordeel.

Het gevolg kan dus zijn dat achteraf door de verzekeringsarts wordt geoordeeld dat andere of meer re-integratie-inspanningen hadden moeten worden verricht en dat aan de werkgever een loonsanctie wordt opgelegd. Dat is lastig uit te leggen wanneer werkgever en werknemer zich gedurende die twee jaar juist hebben gebaseerd op het deskundige medische advies van de betrokken bedrijfsarts.

Het kabinet wil werkgevers hierin meer zekerheid (gaan) geven. In juli 2026 is een wetsvoorstel aangekondigd waarin het advies van de bedrijfsarts over de belastbaarheid van de werknemer leidend wordt bij de toets van de re-integratie-inspanningen door UWV.

UWV blijft beoordelen of werkgever en werknemer voldoende aan de re-integratie hebben gedaan. Het uitgangspunt bij die beoordeling wordt echter de belastbaarheid zoals de bedrijfsarts die gedurende het traject heeft vastgesteld. Dat geeft werkgever en werknemer meer zekerheid over het kader waarbinnen zij hun re-integratie-inspanningen moeten vormgeven.
Maar daarmee zijn we er niet

Veranderde kijk op verzuim en re-integratie
Als arbeidsrechtjurist keek ik aanvankelijk vooral naar de wet- en regelgeving.
Welke verplichtingen gelden? Welke stappen moeten worden gezet? Is het dossier op orde?

Die vragen zijn nog steeds belangrijk. Maar de praktijk heeft mij geleerd dat een re-integratietraject lang niet altijd vastloopt omdat betrokkenen de regels niet kennen.
Veel vaker ontstaat er ergens onderweg frictie.

Verwachtingen worden niet uitgesproken. Rollen zijn onvoldoende duidelijk. Een advies wordt door de ene professional anders geïnterpreteerd dan door de andere. Of iedereen kijkt vanuit zijn eigen deskundigheid naar het dossier, zonder voldoende zicht te hebben op het perspectief van de ander.
En juist daar kan een re-integratietraject vertragen of zelfs volledig vastlopen.

Een gezamenlijke taal bij re-integratie
Interessant in dat kader is ook de ontwikkeling van de Beschrijving Arbeidsbelastbaarheid en Re-integratie (BAR 3.0).

Elf organisaties op het gebied van arbeid, gezondheid, verzuim en sociale zekerheid hebben afgesproken nauwer te gaan samenwerken met deze methode. BAR 3.0 moet ervoor zorgen dat bedrijfsartsen, verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen dezelfde begrippen gebruiken bij het beschrijven van de belastbaarheid en re-integratiemogelijkheden van werknemers.

Het doel is niet alleen een meer eenduidige beschrijving van wat een werknemer nog kan, maar ook een betere afstemming tussen de verschillende professionals die bij een re-integratietraject betrokken zijn.

Ons inziens vraagt goede verzuimbegeleiding niet alleen om deskundigheid binnen de afzonderlijke rollen. Het vraagt ook om begrip voor elkaars rol, heldere communicatie en een gezamenlijke taal.

Van regels naar samenwerking

De ontwikkelingen rondom de positie van het advies van de bedrijfsarts en BAR 3.0 raken daarmee twee belangrijke kanten van hetzelfde vraagstuk.

Werkgever en werknemer moeten kunnen weten waarop zij gedurende de re-integratie mogen vertrouwen. Tegelijkertijd moeten de verschillende professionals rondom hen ervoor zorgen dat hun adviezen, beoordelingen en werkzaamheden zoveel mogelijk op elkaar aansluiten.

Wet- en regelgeving vormt daarbij het noodzakelijke kader. Maar uiteindelijk wordt het verschil in de praktijk vaak ergens anders gemaakt: in de manier waarop mensen samenwerken, verwachtingen bespreken, informatie delen en tijdig signaleren dat een traject dreigt vast te lopen.

Grip op verzuim betekent wat mij betreft daarom niet alleen weten wat er volgens de Wet verbetering poortwachter moet gebeuren. Het betekent vooral dat je begrijpt wat er tussen die wettelijke stappen door nodig is om samen tot een succesvolle re-integratie te komen.

Bekijk het nieuwsoverzicht